Op warme zomerdagen kan de temperatuur in huis snel oplopen. Vooral grote ramen op het zuiden en westen laten veel zonlicht binnen. Om oververhitting te beperken, kun je kiezen voor zonwering aan de binnen- of buitenkant van het raam. Beide oplossingen verminderen fel licht, maar buitenzonwering is doorgaans duidelijk effectiever als je warmte buiten wilt houden.
Zonlicht verandert binnenshuis in warmte
Zonnestraling komt door het glas naar binnen en bereikt vervolgens de vloer, meubels en muren. Deze oppervlakken nemen de straling op, worden warmer en geven de warmte af aan de lucht. Hierdoor stijgt de binnentemperatuur geleidelijk.
Bij zonwering aan de binnenzijde is het zonlicht het glas al gepasseerd. Gordijnen, rolgordijnen en jaloezieën houden een deel van het licht tegen, maar worden daarbij zelf warm. Een deel van die warmte komt vervolgens alsnog in de kamer terecht. Binnenzonwering kan de ruimte dus donkerder en comfortabeler maken, maar voorkomt opwarming niet volledig.
De zon vóór het glas tegenhouden
Buitenzonwering onderschept de zonnestraling voordat deze het raam bereikt. Daardoor warmt het glas minder sterk op en dringt er minder warmte de woning binnen. Dit maakt buitenzonwering effectiever dan een vergelijkbare oplossing aan de binnenkant.
Een veelgebruikte oplossing is buitenzonwering met screens. Deze screens bestaan uit een zonwerend doek dat aan de buitenzijde vlak voor het raam wordt geplaatst. Het doek filtert zonlicht en beperkt de warmtestraling, terwijl er afhankelijk van de gekozen uitvoering nog zicht naar buiten mogelijk blijft. Screens zijn daardoor geschikt voor woonkamers, slaapkamers en werkruimtes met grote ramen.
Verschillende vormen van buitenzonwering
Naast screens zijn er andere mogelijkheden, zoals rolluiken, uitvalschermen, markiezen en buitenjaloezieën. Welke vorm het meest geschikt is, hangt af van de gevel, de afmetingen van de ramen en de gewenste uitstraling.
Rolluiken kunnen een ruimte vrijwel volledig verduisteren en bieden daarnaast extra privacy. Buitenzonwering met screens heeft juist een minder gesloten karakter. Een uitvalscherm is vooral geschikt voor ramen waar geen vrije doorloop onder nodig is, terwijl een knikarmscherm vaak boven een terras wordt geplaatst. Buitenzonwering moet bovendien bestand zijn tegen weersinvloeden. Een wind- of zonnesensor kan helpen om het systeem automatisch en veilig te bedienen.
Ook goed isolerend glas kan warmte doorlaten
HR++-glas en triple glas zijn vooral bedoeld om warmteverlies in de winter te beperken. Ze voorkomen niet automatisch dat zonnewarmte in de zomer binnenkomt. Sterker nog, zodra een goed geïsoleerde woning is opgewarmd, kan de warmte langer blijven hangen.
Zonwerend glas kan een deel van de warmtestraling beperken, maar werkt het hele jaar door. Ook in de winter, wanneer zonnewarmte juist welkom kan zijn. Buitenzonwering is flexibeler, omdat je deze alleen sluit wanneer dat nodig is.
Binnenzonwering blijft waardevol
Binnenzonwering blijft nuttig voor privacy, sfeer en het nauwkeurig regelen van de lichtinval. Gordijnen en jaloezieën zijn bovendien meestal goedkoper en eenvoudiger te plaatsen. Als het belangrijkste probleem fel licht of inkijk is, kan binnenzonwering voldoende zijn.
Bij structurele warmteproblemen ligt een oplossing aan de buitenzijde meer voor de hand. Zeker bij grote glasoppervlakken kan buitenzonwering met screens een merkbaar verschil maken in het binnenklimaat.
Tijdige bediening maakt het verschil
Buitenzonwering werkt het beste wanneer deze wordt gesloten voordat de zon rechtstreeks op het raam staat. Is de warmte eenmaal binnen, dan kan zonwering deze niet meer verwijderen. Combineer de zonwering daarom met nachtventilatie en houd ramen overdag gesloten als het buiten warmer is dan binnen.
Door de zon al vóór het glas tegen te houden, blijft de temperatuur beter beheersbaar. Daardoor neemt het wooncomfort toe en is airconditioning minder snel of minder intensief nodig.




















