De meeste magnetrons werken het best op 800 watt voor het snel opwarmen van gerechten, en op ongeveer 250 watt voor ontdooien. Maar welk vermogen je kiest, hangt sterk af van wat je bereidt. Hieronder vind je een duidelijk overzicht van de veelgebruikte wattages en wanneer je welke instelling gebruikt.
Hoeveel watt heeft een magnetron doorgaans?
De meeste huishoudelijke magnetrons hebben een maximaal vermogen tussen de 700 en 1000 watt. Goedkopere modellen zitten vaak op 700 of 800 watt, terwijl duurdere of grotere magnetrons 900 of 1000 watt halen. Het maximale vermogen staat meestal op het apparaat zelf of in de handleiding. Dat maximumvermogen gebruik je zelden voor alles; voor veel gerechten zet je de magnetron lager.
Welk wattage gebruik je waarvoor?
Niet elk gerecht heeft hetzelfde vermogen nodig. Gebruik je te veel watt, dan droogt eten uit of wordt het aan de buitenkant gaar terwijl het vanbinnen nog koud is. Gebruik je te weinig, dan duurt het onnodig lang. Hieronder staan de meest voorkomende situaties met het bijpassende vermogen:
| Situatie | Aanbevolen wattage |
|---|---|
| Ontdooien | 150 tot 300 watt |
| Zachtjes opwarmen (bv. sauzen, soep) | 300 tot 500 watt |
| Opwarmen van maaltijden | 600 tot 800 watt |
| Snel opwarmen of koken | 800 tot 1000 watt |
| Groenten stomen | 700 tot 800 watt |
Ontdooien: laag wattage is geen luxe
Voor ontdooien gebruik je bij voorkeur rond de 250 watt. Op dit vermogen taut het eten langzaam en gelijkmatig op, zonder dat de buitenkant al begint te garen. Zet je de magnetron op een hogere stand, dan ontstaat er snel een ongelijkmatig resultaat: de randen worden warm of zelfs gaar, terwijl de kern nog bevroren is. Dat is bij vlees en vis niet alleen onaangenaam, maar ook een voedselveiligheidsrisico. Veel magnetrons hebben een aparte ontdooistand die dit vermogen automatisch instelt.
Opwarmen: 800 watt als standaard
Voor het opwarmen van een gewone maaltijd, zoals een bord pasta of een portie rijst met groenten, is 800 watt een goede instelling. Het eten warmt snel op zonder te veel vocht te verliezen. Roer tussendoor even om, zodat de warmte gelijk verdeeld wordt. Bij gevoeliger gerechten, zoals gerechten met ei of room, is het verstandig om iets lager te gaan, naar 500 of 600 watt, zodat het niet scheurt of uitdroogt.
Wattage omrekenen bij recepten
Staat in een recept een andere wattage dan jouw magnetron aankan? Dan pas je de bereidingstijd aan. Als een recept uitgaat van 700 watt maar jouw magnetron staat op 1000 watt, gebruik je minder tijd. Een vuistregel: vermenigvuldig de opgegeven tijd met de verhouding tussen de twee vermogens. Gaat een recept uit van 700 watt en heb jij 1000 watt? Dan deel je 700 door 1000, wat 0,7 geeft. Bereidingstijd van 5 minuten wordt dan 0,7 x 5 = 3,5 minuut. Dit is een benadering; controleer altijd of het eten goed warm is.
Staat je wattage niet op je magnetron?
Weet je niet precies hoeveel watt jouw magnetron heeft? Kijk dan op de sticker aan de achterkant of onderkant van het apparaat, of zoek het modelnummer op via de website van de fabrikant. Een andere manier is de watertest: zet een glas water van 200 ml op vol vermogen en meet hoe lang het duurt om te koken. Kookt het binnen 2,5 minuut? Dan zit je waarschijnlijk boven de 800 watt. Duurt het 3 tot 4 minuten? Dan is het vermogen lager, rond de 600 tot 700 watt.
Kort samengevat: voor dagelijks opwarmen is 800 watt de handige instelling, voor ontdooien gebruik je 250 watt, en voor gevoelige gerechten ga je iets lager. Kijk altijd tussendoor even en pas aan als het eten te snel of te langzaam warm wordt. Zo haal je het meeste uit je magnetron zonder dat je eten uitdroogt of ongelijkmatig verhit raakt.




















