Risotto opwarmen in de magnetron werkt prima, zolang je een klein trucje toepast: voeg een scheutje water of bouillon toe voordat je hem opwarmt. Zonder extra vocht droogt risotto snel uit en wordt hij korrelig in plaats van romig. Met een paar eetlepels vloestof blijft de structuur goed en smaakt hij bijna als vers gemaakt.
Stap voor stap: risotto opwarmen in de magnetron
Schep de risotto in een magnetronbestendige schaal. Voeg per portie (ongeveer 200 à 250 gram) twee tot drie eetlepels water, bouillon of een klein beetje room toe. Dek de schaal af met een magnetronbestendig deksel of folie met een klein gaatje erin, zodat stoom kan ontsnappen maar het vocht niet te snel verdampt.
Verwarm de risotto op middelhoog vermogen, 600 tot 700 watt, gedurende één tot twee minuten. Haal de schaal er halverwege uit en roer goed door. Dat is het belangrijkste moment: door te roeren verdeel je de warmte gelijkmatig en mengt het toegevoegde vocht zich door de rijst. Verwarm daarna nog één minuut en controleer of hij warm genoeg is. Is hij nog niet door en door warm, geef hem dan nogmaals dertig seconden.
Gebruik je de magnetron op vol vermogen (900 watt), dan gaat het sneller maar droogt de buitenkant eerder uit voordat de kern warm is. Middelhoog vermogen geeft een gelijkmatiger resultaat.
Waarom vocht toevoegen zo belangrijk is
Risotto bestaat voor een groot deel uit zetmeel dat tijdens het koken veel vocht heeft opgenomen. Bij afkoelen stolt dat zetmeel en trekt het vocht naar binnen. De magnetron verwarmt snel en verdampt ook snel, waardoor risotto zonder extra vocht droog en klonterig wordt. Een scheutje warm water of bouillon geeft dat verloren vocht terug en maakt de saus opnieuw soepel.
Room of een klontje boter werkt ook goed als je de risotto wat rijker wilt maken. Voeg dat pas na het verwarmen toe en roer het er dan rustig door, net zoals bij het “manteceren” van een verse risotto.
Veelgemaakte fouten bij risotto opwarmen in de magnetron
- Geen vocht toevoegen. De risotto wordt droog en plakkerig.
- Niet afdekken. Vocht verdampt te snel en de bovenkant droogt uit.
- Niet tussentijds roeren. De buitenste laag wordt te heet terwijl de kern nog koud is.
- Te lang in één keer opwarmen. Beter is kort opwarmen, roeren, en herhalen tot de juiste temperatuur bereikt is.
Hoe weet je dat de risotto goed warm is?
Steek een lepel in het midden en laat hem even staan. Voelt het lepelmetaal na vijf seconden warm aan, dan is ook de kern op temperatuur. Visueel zie je ook dat de risotto iets uitloopt in de schaal, net als bij een verse portie. Blijft hij in een stijve klomp zitten, dan is hij nog niet warm genoeg of is er te weinig vocht toegevoegd.
Risotto opwarmen in de magnetron is de snelste methode en werkt uitstekend voor één of twee porties. Het enige wat je nodig hebt is een paar eetlepels extra vocht en even de tijd om halverwege door te roeren. Doe je dat, dan is het resultaat nauwelijks te onderscheiden van een vers bereide risotto.




















