De magnetron is uitgevonden in 1945, toen de Amerikaanse ingenieur Percy Spencer per ongeluk ontdekte dat microgolven voedsel kunnen verhitten. In datzelfde jaar vroeg het bedrijf Raytheon een patent aan op het koken met microgolven. Twee jaar later, in 1947, bouwde Raytheon de eerste commerciële magnetronoven ter wereld.
De toevallige ontdekking in 1945
Percy Spencer werkte bij Raytheon aan radar-magnetrons, buizen die microgolven uitstralen. Tijdens dat werk merkte hij dat een reep chocolade in zijn zak was gesmolten terwijl hij vlak bij een werkende magnetronbuis stond. In plaats van dit te negeren, begon hij te experimenteren. Hij hield onder andere popcornkorrels en een ei bij de buis, en constateerde dat het ei explodeerde door de snel opgebouwde hitte van binnenuit.
Dit was geen geplande uitvinding. Spencer begreep dat de microgolven de watermoleculen in voedsel in trilling brachten, waardoor warmte ontstond. Die waarneming vormde de basis van alle magnetrons die daarna zouden volgen.
Wanneer is de magnetron uitgevonden als product? De Radarange van 1947
Raytheon diende in 1945 een patent in en ontwikkelde het idee door tot een echt apparaat. In 1947 bracht het bedrijf de eerste commerciële magnetronoven op de markt: de Radarange. Dit apparaat had weinig gemeen met de compacte keukenapparaten van nu. Het was ongeveer 1,80 meter hoog, woog meer dan 300 kilogram en kostte destijds al snel enkele duizenden dollars. Het werd dan ook vooral gebruikt in professionele keukens, op schepen en bij luchtvaartmaatschappijen.
De naam “Radarange” was een samentrekking van “radar” en “range” (het Engelse woord voor fornuis). De link met radar was logisch: de technologie achter de magnetronbuis was oorspronkelijk voor militaire radartoepassingen ontwikkeld tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Van industrieel apparaat naar keukenmachine
Het duurde nog jaren voordat de magnetron zijn weg vond naar gewone huishoudens. In de jaren zestig verschenen kleinere en betaalbaardere modellen. Tappan bracht in 1955 een van de eerste modellen voor thuisgebruik op de markt, maar de prijs bleef lang een drempel. Pas in de jaren zeventig en tachtig daalde de prijs genoeg om de magnetron in veel keukens te laten doordringen. Amana, ook een dochteronderneming van Raytheon, speelde daarin een grote rol met betaalbaardere consumentenmodellen vanaf 1967.
Waarom het zo lang duurde
De adoptie van de magnetron verliep langzaam om een paar redenen. Ten eerste was er scepsis: mensen vertrouwden de onzichtbare straling niet en waren bang dat het voedsel ongezond zou worden. Ten tweede paste de magnetron niet bij alle bereidingswijzen. Vlees dat er niet bruin en knapperig uitzag, voelde voor veel consumenten onklaar. Die weerstand is in sommige culturen nooit volledig verdwenen.
Bovendien kostte het tijd om de technologie te verkleinen en te vereenvoudigen. De eerste modellen vereisten waterkoeling, iets wat voor thuisgebruik volstrekt onpraktisch was. Pas toen luchtkoeling mogelijk werd, was de weg naar een compact keukenapparaat echt open.
De magnetron is dus uitgevonden in 1945 door een toevallige waarneming, kreeg in 1947 zijn eerste commerciële vorm, en werd pas tientallen jaren later een gewoon keukengerei. Dat maakt het een van de zeldzame uitvindingen waarbij de ontdekking zelf snel ging, maar de weg naar de keukentafel lang en hobbelig was.




















